Het inhaalverbod: de gevallen die je verrassen
Op een doorlopende witte streep haalt niemand in: dat weet iedereen. De valstrik zijn de andere gevallen. Je mag niet links inhalen op een kruispunt waar je voorrang moet verlenen, niet bij het naderen van de top van een helling of in een bocht zonder zicht, niet wanneer de wagen vóór jou zelf een andere aan het inhalen is (behalve op een weg met drie rijstroken of meer), en niet bij het naderen van een oversteekplaats voor voetgangers.
Veel kandidaten missen de vraag omdat ze denken dat inhalen alleen van de wegmarkering afhangt. Het bord C35 verbiedt het ook: we overlopen ze allemaal in de gids met verkeersborden.
Rotonde: wie heeft voorrang in België
Een rotonde is een kruispunt met verplichte draairichting, bijna altijd aangekondigd door een bord « verleen voorrang » (B1) onder het blauwe bord met pijlen. Gevolg: wie wil binnenrijden verleent voorrang aan wie al op de ring draait, van welke kant ze ook komen.
De klassieke valstrik: blind de voorrang van rechts toepassen en denken dat je voorrang hebt bij het binnenrijden. Nee, op een rotonde met bord B1 is het net omgekeerd. Nog een veelgemaakte fout: je richtingaanwijzer naar links zetten bij het binnenrijden, terwijl je hem alleen naar rechts gebruikt, om eruit te rijden. Het hele hoofdstuk staat uitgewerkt in de gids over de voorrang van rechts.
Op een klassieke rotonde (bord B1) verleen je altijd voorrang aan wie al op de ring rijdt, ook als ze van je linkerkant komen.
De fietsopstelstrook: waar stoppen aan de lichten
De fietsopstelstrook is die op het wegdek geschilderde zone tussen twee stopstrepen, vlak voor een verkeerslicht. Ze is voorbehouden aan fietsers en tweewielige bromfietsers: bij rood licht gaan ze vóór de wagens staan om goed zichtbaar te zijn en bij groen als eerste te vertrekken.
Jij, met de wagen, moet stoppen aan de eerste stopstreep, zonder ooit op de strook te komen. De fout die je de vraag kost: doorrijden tot de tweede streep, of stilstaan in de rechthoek die voor de fietsers is voorbehouden. Wil je weten of jij in die val trapt? Doe de gratis niveautest.
De voorrang van de bus en van de tram
Binnen de bebouwde kom moet je een autobus zijn halte laten verlaten zodra hij zijn richtingaanwijzer heeft aangezet om weer in jouw richting in te voegen: je vertraagt, en zo nodig stop je. Let op de nuance die je verrast: die voorrang geldt alleen binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is het net omgekeerd, daar moet de bus voorrang verlenen.
De tram speelt in een andere categorie: als voertuig op sporen kan hij niet uitwijken, dus heeft hij bijna overal voorrang, ook wanneer hij van je linkerkant komt. Velen vergeten dat en verlenen voorrang aan de bus buiten de bebouwde kom, of weigeren voorrang aan de tram die van links komt.
Gedoofde of oranje knipperende lichten: welke voorrang
Verkeerslichten die defect zijn, gedoofd of oranje knipperen, bevelen niets meer: ze geven je geen enkele automatische voorrang. Wat dan telt, zijn de borden. Staat er een « verleen voorrang » (B1) of een « stop » (B5) onder het licht, dan pas je dat toe. Staat er geen enkel bord, dan val je terug op de basisregel: de voorrang van rechts.
De valstrik: gewoon doorrijden alsof er niets aan de hand is, in de veronderstelling dat je je voorrang behoudt. Bij oranje knipperlicht mag je doorrijden, maar je vertraagt en je verleent voorrang volgens de regel. Oefen die situaties met de niveautest: daar mikt Pep precies op jouw fouten.
Veelgestelde vragen
Wanneer is inhalen verboden in België?
Onder meer links op een kruispunt waar je voorrang moet verlenen, bij het naderen van de top van een helling of in een bocht zonder zicht, op een doorlopende witte streep, wanneer de wagen vóór jou al aan het inhalen is, en bij het naderen van een oversteekplaats voor voetgangers.
Wie heeft voorrang op een rotonde in België?
Wie al op de ring rijdt. Een rotonde wordt bijna altijd voorafgegaan door een bord « verleen voorrang » (B1): de bestuurder die binnenrijdt verleent dus voorrang aan wie al draait, ook als ze van links komen.
Wat is een fietsopstelstrook?
Een geschilderde zone tussen twee stopstrepen, vóór een verkeerslicht, voorbehouden aan fietsers en tweewielige bromfietsers. Met de wagen stop je aan de eerste streep, zonder op de strook te komen.
Wanneer moet je voorrang verlenen aan een bus?
Binnen de bebouwde kom, zodra een autobus zijn richtingaanwijzer aanzet om zijn halte te verlaten en in jouw richting weg te rijden: je laat hem gaan. Buiten de bebouwde kom moet de bus jóú voorrang verlenen.
Wat doe je op een kruispunt met gedoofde lichten?
Je past de voorrangsborden toe als die onder het licht staan (« verleen voorrang », « stop »). Is er geen bord, dan pas je de voorrang van rechts toe. Zie de gids over de voorrang.
Wat is een zware fout op het theorie-examen en hoeveel mag je er maken?
Een zware fout kost 5 punten in één keer in plaats van één punt; twee zware fouten brengen je op 40/50 en doen je zakken. Eén enkele weegt dus al heel zwaar.
Lees ook
De PDF-samenvatting bundelt het essentiële — voorrang, borden, valstrikken — om de avond ervoor of bij twijfel te herlezen.